Reglementen 2016

Voorwaarden
Inentingsboekje
Dient ter controle aangeboden te worden aan het secretariaat.
Minimaal één keer per jaar een influenza- en tetanusvaccinatie.

Deelname
Inschrijving open voor leden van de Nederlandse Vereniging het Dameszadel.
Inschrijfgeld per rubriek € 7,50
Met eigen of manegepaard/-pony, leeftijd 6 jaar en ouder
Een deelnemer mag met twee paarden/pony's deelnemen.
Een combinatie mag één keer per rubriek starten en in totaal aan 5 rubrieken deelnemen.
Er moeten minstens 4 deelnemers zijn voor een rubriek om door te gaan.
Bij een groot aantal deelnemers kan de organisatie besluiten om de tweede dressuurproef te schrappen.

Niveau
Vermelden op inschrijfformulier i.v.m. eerlijke competitie.
Starten in eigen klasse of hoger, dé kans om het te proberen zonder verliespunten.

Starttijd
Er moet worden gestart volgens de aangegeven tijd op de startlijst. Niet op tijd betekent niet starten. Er mag zonder toestemming van de ringmeester onderling niet worden geruild.

Kledingvoorschrift
De rijkleding: De rijkleding is aan bepaalde voorschriften gebonden. Hieronder volgen de kledingvoorschriften zoals die momenteel in Nederland aangehouden worden.
De haardracht: Het haar moet in een wrong worden gedraaid en dan keurig in een haarnetje worden gedaan waar geen piekje uit mag komen. Als het eigen haar te kort is, zal van een haarstukje een wrong moeten worden gemaakt (nepknot). Jeugdleden tot 16 jaar hebben de haren in een haarnetje (geen knot). Als de haren erg lang zijn, zo nodig in een vlecht.
Het hoofddeksel: In de klassen B tot en met ZZ-licht wordt een veiligheidshoofddeksel gedragen.
De plastron/de stropdas: Bij een dressuurhoed draagt men een plastron. Bij een bolhoed en een veiligheidshoofddeksel draagt men een overhemdblouse met een stropdas.

Het rijkostuum: Bij officiële gelegenheden wordt een zwart of een donkerblauw rijkostuum gedragen.

  1. De "rok" (een soort schort) reikt aan de achterzijde slechts tot op de heup. Zittend te paard, moet de rok de linkervoet vrij laten. Dit is om te voorkomen, dat bij een valpartij de spoor in de zoom van de rok zou blijven haken. Om het opwaaien van de rok te voorkomen, is er een stuk elastiek aangenaaid dat om de rechtervoet gaat.
  2. Onder de rijrok wordt een donkere rijbroek met zwarte rijlaarzen gedragen; de rijbroek moet zoveel mogelijk in dezelfde kleur als het kostuum zijn.
  3. Het rijjasje is langer dan een gewoon rijjasje en heeft schuin weggesneden voorpanden. Omdat het rijjasje tot over het zadel reikt, verdient een rijjasje met twee splitten de voorkeur. Deze voorkomen, samen met de schuin weggesneden voorpanden, dat het rijjasje ergens scheef zou kunnen trekken. Bij een gewoon rijjasje, kunnen de voorpanden schuin weggespeld worden. Bij officiële gelegenheden wordt hieronder een vest gedragen.

De handschoenen: De handschoenen mogen van stof of leer zijn in de kleuren bruin, geel of wit. Zwarte handschoenen zijn niet toegestaan.
De cane/zweep: In de rechterhand wordt een cane gehouden. Dit is een harde zweep. Een dressuurzweep wordt afgeraden omdat deze te buigzaam is om de rechterkuithulp te vervangen. Omdat in Nederland nog geen canes worden gemaakt en deze momenteel ook in Engeland bijna niet te krijgen zijn, wordt het rijden met een niet te dunne dressuurzweep toegestaan. Bij jeugdleden mag de cane maximaal 75 cm en bij senioren maximaal 1 m lang zijn.
De spoor: Alleen aan de linkervoet wordt een spoor gedragen.


Houding, hulpen en harnachement
De houding: De amazone moet rechtop zitten; de schouders en de heupen evenwijdig met de schouders van het paard. De amazone "zit" op de achterbuitenzijde van het rechterbovenbeen (dit helpt haar de rechterheup op de juiste plaats te houden) en heeft iets meer druk op de rechter dan op de linkerzitbeenknobbel. Het rechteronderbeen hangt ontspannen af tegen de linkerschouder van het paard. Hierbij moet het mogelijk zijn twee vingers te houden tussen de rechterknieholte en de bovenste kruk. De punten van beide voeten wijzen naar elkaar. De linkerenkel is naar binnen gekanteld, zodat de linkerknie goed aangesloten wordt. De linkerknie ondersteunt de amazone bij het rechtop en in het midden blijven zitten. Het linkeronderbeen wordt dus iets afgestoken. Er mag geen steun op de beugel genomen worden. Tussen het linkerbovenbeen en de onderste kruk moet een handdikte uitgespaard blijven. In noodgevallen kan de amazone haar zit verstevigen door beide benen tegen de krukken aan te klemmen.
De handhouding: Het moet worden benadrukt, dat de amazone circa 30 cm verder naar achteren zit dan in een gewoon zadel en dat haar handen daarom verder naar achteren staan. De teugels zouden dus ook minimaal 1,60 m moeten zijn i.p.v. 1,40 m. Net als bij de klassieke zit moet de bovenarm ontspannen afhangen, waardoor de elleboog bij het lichaam blijft. Ook de handhouding is hetzelfde als bij de klassieke zit. Alleen staan de handen niet voor het zadel, maar achter de rechterknie. Afhankelijk van de graad van africhting van het paard, staan de handen bij elkaar op of net boven het rechterbovenbeen of links en rechts naast het rechterbovenbeen. De teugelhulpen zijn verder hetzelfde als bij de klassieke zit.
Het aandrijven: Bij het rijden in dameszadel vervangt de cane de rechterkuit. De cane wordt gebruikt om mee te drukken; er wordt niet mee geslagen. De cane wordt op dezelfde plaats aangelegd als de rechterkuit zou liggen bij het geven van de beenhulpen. Als een paard slecht voor de kuit is zien we het vaak scheef lopen, omdat de amazone dan te veel met haar linkerkuit gaat inwerken. Een andere oorzaak voor het scheef lopen, is het aanklemmen van het linkerbeen (foute beenligging). Er mag nooit méér met de linkerkuit worden gedreven, dan de cane aan de rechterzijde kan begrenzen c.q. aanvullen.
Zithulpen: Gewichts- en zithulpen zijn bij het rijden in dameszadel nog belangrijker dan bij het "gewoon" rijden. Enerzijds omdat er niet licht gereden wordt, anderzijds omdat men minder sterk met de andere hulpen kan inkomen dan in herenzadel.
Leeftijd paarden: Deelname aan wedstrijden is mogelijk vanaf de klasse B-dressuur; het paard dient ten minste 6 jaar te zijn.
Lichtrijden in draf: Bij het rijden in dameszadel is het toegestaan de gehele proef door te zitten.

Harnachement:
De ligging van het dameszadel:

  1. Van opzij gezien moet de zitting van het dameszadel horizontaal liggen. De voorzijde van het rechterzweetblad ligt circa 2 cm achter het schouderblad. Achter het paard staand, moet het midden van de achterboom exact boven de wervelkolom liggen.
  2. Het zadel heeft een gewone singel, een losse of een vaste balanssingel en eventueel een zweetbladsingel. De gewone singel ligt, net als bij de andere zadels, een handbreedte achter de elleboog.De losse balanssingel loopt vanaf de linkerzijde, onder de buik van het paard door naar de rechterachterzijde van het zadel. De vaste balanssingel loopt vanaf de rechterzijde van de gewone singel, naar de rechterachterkant van het zadel.
  3. Als aan de rechterzijde van het zadel de singelstoten óp het zweetblad liggen, zal het zadel geen zweetbladsingel hebben. Uiteraard moeten de singels onder de buik van het paard op elkaar liggen, om drukkingen te voorkomen
  4. De stijgbeugelriem is met een speciale veiligheidssluiting aan het zadel bevestigd. Al deze sluitingen werken volgens hetzelfde principe: op het moment dat de linkerknie van de amazone van het zadel afkomt, gaan ze open en valt de stijgbeugelriem eruit. Heel oude zadels hebben nog geen veiligheidssluiting, maar een D-vormige ring. In dit geval moet de amazone een veiligheidsstijgbeugel gebruiken.

Het hoofdstel

  1. Het gebruik van een trenshoofdstel met africhtingsneusriem, rechte neusriem, Mexicaanse neusriem, een zgn. gecombineerde neusriem en een zgn. gecombineerde keel/neusriem voorzien van een enkele trens is verplicht. Het gebruik van een gecombineerde neusriem zonder sperriem is toegestaan bij het gebruik van een enkele trens. Toegestane neusriemen en wijzigingen hierop zijn vermeld op de website van de KNHS. Een te strak aangesnoerde neusriem wordt als wreedheid aangemerkt.
  2. Voor de klassen vanaf Z1-dressuur geldt, met uitzondering van de rubrieken voor pony's, dezelfde optoming als voor de klassen B t/m M2, aangevuld met de mogelijkheid tot gebruik van een stang- en trenshoofdstel (met Engelse neusriem of Engelse keel/neusriem).
  3. De toegestane bitten en de wijzigingen hierop zijn gepubliceerd op de website van de KNHS.
  4. Stang en trens moeten van metaal zijn of van onbuigzaam plastic en mogen omwikkeld zijn met rubber of leer (flexibele rubber bitten zijn niet toegestaan). De lengte van de scharen van de stang mag niet meer bedragen dan 10 cm. Als de stang een over de scharen glijdend mondstuk heeft, mag de lengte van de scharen de 10 cm niet te boven gaan als het mondstuk in de hoogste positie is. De diameter van het mondstuk van de (onderleg)trens moet zo zijn, dat dit niet pijnlijk is voor het paard. Bij het gebruik van een kinriempje/kinketting, is het verplicht deze te voorzien van een kinkettingbeschermer van rubber of leer. Het gebruik van het zgn. slobberriempje, die de twee scharen van de stang met elkaar verbindt, is toegestaan.
  5. De bitten voor paarden dienen glad van uitvoering te zijn en zonder scherpe randen en - met uitzondering van de onderlegtrens - van een zodanige dikte te zijn, dat het deel van het bit dat op de lagen van de paardenmond rust bij de trenzen een dikte heeft van ten minste 1,0 cm; de minimumdikte voor de bitten voor pony's bedraagt eveneens 1,0 cm. Het gebruik van een tonglepel is toegestaan bij een enkele trens, mits deze braamvrij is. De tonglepel dient minimaal 5 mm dik te zijn.
  6. Het gebruik van bitringen, die een hefboomwerking bewerkstelligen, is niet toegestaan.
  7. Aan het materiaal en de uitvoering van de teugels worden geen regels gesteld, met dien verstande dat in géén enkele klasse het gebruik van een voorziening, die als een lus of handvat kan worden aangemerkt, is toegestaan. De teugels mogen uitsluitend zijn vastgemaakt aan het bit.
  8. Het gebruik van dubbele teugels is niet toegestaan.
  9. Het versieren van de staart of van enig ander deel van het paard door middel van voor het paard oneigenlijke dingen, zoals linten en bloemen of anderszins, is niet toegestaan. De manen en de staart van het paard mogen evenwel ingevlochten worden.
  10. Kunststaarten zijn toegestaan.

 

 

Kür op muziek kostuumklasse
Let op! Ook voor de Kür is de veiligheidshoofddeksel verplicht onderdeel van het tenue
Periodekostuum
Gebaseerd op historie. Bepaalde periode en landstijl.
Ook het paard/pony kan hierbij 'aangekleed' zijn.
Fantasiekostuum
Vrije aankleding amazone en 'aankleding' paard/pony
Dressuurkostuum
Het kostuum dat ook in de dressuurproef wordt gebruikt. Zie hierboven
Het toilet van het paard is hetzelfde als in de dressuurproeven

Kür op Muziek

Bij het maken van een kür op muziek dient men met een aantal zaken rekening te houden.

De kür kent op elk niveau verplichte onderdelen die in de proef getoond moeten worden. Onderdelen die niet worden getoond, kunnen ook niet worden beoordeeld en leveren per onderdeel 0 punten op. Dit kan uw score fors omlaag halen.

Let ook op de toegestane tijdsduur per proef (deze staat bovenaan het protocol vermeld). Voor het overschrijden van de toegestane tijd worden punten in mindering gebracht. Houdt hier dus rekening mee.

Download hier uw proef en voorwaarden

Op de download staat precies hoe en op welke punten uw proef beoordeeld wordt en hoe zwaar de punten meewegen, dit ziet u door de genoemde coëfficiënt voor de score per onderdeel.

  • Periode-, fantasie- of dressuurkostuum.
  • Individueel, pas de deux of meertal.
  • Rijtijd: staat vermeld op het protocol met verplichte oefeningen.
  • De tijd, vanaf de klasse M individueel en vanaf de klasse L pas de deux en meertallen, gaat in na de groet bij de eerste pas voor-, zij- of achterwaarts. Bij de klasse B en L individueel en B pas de deux en meertallen gaat de tijd in na het passeren van de letter C.
  • Rijbaan 20 x 40 meter
  • De amazone dient voor aanvang van de wedstrijd een cd of USB-stick en een reserve cd of USB-stick met de muziek en met de naam van de amazone en paard af te geven bij het wedstrijdsecretariaat.
  • De muziek, vanaf de klasse M individueel, en vanaf de klasse L pas de deux en meertallen mag beginnen met een intro bij het binnenkomen, maar moet in elk geval starten na de groet bij de eerste pas voor-, zij- of achterwaarts. Bij de klasse B en L individueel en B pas de deux mag de muziek ook met een intro beginnen maar moet in ieder geval starten na het passeren van de letter C.
  • Het binnenkomen, halthouden en groeten, vanaf de klasse M individueel en L pas de deux en meertallen, dient te geschieden op de A-X-C-lijn, waarbij het is toegestaan in stap, draf of galop binnen te komen. Bij de klasse B en L individueel en B pas de deux en meertallen  komt men binnen via A-F-B-M-C of A-K-E-H-C in stap, draf of galop.
  • De beoordeling begint bij alle klassen bij het binnenkomen bij A
  • Er mogen alleen oefeningen worden getoond die in dezelfde klasse gevraagd worden in de dressuurproeven.
  • De amazone dient, vanaf de klasse M individueel en L pas de deux en meertallen, bij het begin en einde van de proef te groeten met het front naar de jury bij C. Bij de klasse B en L individueel en B pas de deux en meertallen alleen groeten aan het einde van de proef met het front naar de jury bij C.

Prijsuitreiking
In de dressuur behoudt het bestuur het recht om bij te weinig deelname in een klasse, klassen samen te voegen. Wel blijft er een scheiding tussen jeugd en volwassenen.
Aanvullende prijzen: Bij de Bixie, jeugd en volwassenen wordt er een dagkampioen benoemd.